““Vannacht had ik nauwelijks geslapen,(...). Ik had dood willen zijn en had mijn scheermes in mijn handen gehouden. Toen ik 's morgens na een hazenslaapje wakker was geworden, had ik gelachen. De gedachte aan zelfmoord was te absurd. Ik zou nooit zelfmoord plegen. Te veel rotzooi. Te veel gedoe. Het was gemakkelijker door te blijven leven, met je kop tussen je schouders, geduldig als een steen, wachtend op betere tijden.””